18 januari 2005 taalgebruik tijdens de maaltijd
Het leren van woordjes is een interessante bezigheid.
En er valt ons wel wat op. Soms noemen ze dingen precies hetzelfde, maar allebei precies fout. Hoevaak je ook het goede woord zegt, ze blijven beide het verkeerde woord gebruiken. Voorbeeld: ‘pindakaas’ noemen ze allebei: ‘mieniemie’.
Andere ‘etenswaren’ weten ze best goed te benoemen. Zo zeggen ze beiden vrij duidelijk ‘appelstroop’, en betekend ‘aardbei’ dat ze jam op brood willen. Favoriet is ‘pasta’ (chocladepasta) en ‘pastei’ (leverpastei), vaak in 1 adem genoemd. De woorden lijken ook zo op elkaar! En natuurlijk lusten ze allebei graag een plakje ‘kaas’ of ‘worst’.
Het eerste serieuze woordje wat mij bij is gebleven, was eens aan het einde van de avondmaaltijd. De warme hap was binnen en B. wees de hele tijd naar de keuken en zei iets van ‘toete-toete’. En opeens begreep ik het: ‘Toetje!’ zei ik. Je had hem moeten zien glunderen! En sindsdien is het een vast ritueel. Als de warme hap naar binnen is gegaan, vragen we: ‘En wat gaan we nu doen?’ ‘Toetje!’ klinkt het dan in koor.
