Even een inhaalslag. Want er is veel gebeurd op gebied van de taalontwikkeling.
Op 15 februari jl was het dan zover. Het eerste 2-woord-zinnetje van B. Nou ja, zinnetje….
Hij zag bij de achterburen een man op het dak. En kwam ons dat vertellen: ‘man – dak’. Wat kan zo’n zinnetje toch een indruk achterlaten!!
G. is erg gespitst op zinnetjes met ‘jongen’. Want daartegenover moet altijd ‘meisje’ staan. Toen ik dan ook eens tegen haar zei: ‘Tjonge, jonge, wat heb je dat goed gedaan’, corrigeerde ze me direct: ‘Meisje!’.
En zo is het dan ook gebeurd dat ik B. ‘jongeman’ noemde. En daarachteraan G. dus ‘jongevrouw’. Daar moest even over nagedacht worden. Maar al snel klonk het: ‘meisje-vrouw’. En krijg het maar eens aan haar verstand gebracht dat dat niet klopt. We hebben het geprobeerd met ‘oude -vrouw, jonge-vrouw’, maar dat wordt door haar herhaald met: ‘oude-vrouw, mEIsje-vrouw’.
Op het slabbetje staat een lieve-heers-beestje. En als je klein bent is dat een moeilijk woord. En daarom hebben we het lang goedgevonden als ze ons vertelde dat het een ‘aardbei’ was. En als ik er als kind naar kijk, dan kan ik begrijpen dat ze het op een aardbei vinden lijken. Maar ze worden wat ‘ouder’ en daarom hebben we hen verteld dat er eigenlijk een ‘lieve-heers-beestje’ op staat. Net als bij oudere mensen raken kinderen niet snel overtuigd en moet er naar een compromis gezocht worden. En die hebben ze gevonden. Het is een ‘aard-beestje’ geworden!
Maar wat moet het nou, als er ook lieve-heers-beestjes in de tuin komen? Opa, uit Zeeland, heeft een oplossing: het zijn, op z’n Zeeuws, ‘pim-pam-poentjes’! En dat is gelijk geaccepteerd.